Routeklutskwijtheid.
We hebben er allemaal wel eens 'last' van (gehad). Ernstig/vreemd?? Nee, de moderne mens, de 'Homo Sapiens Sapiens', bezit nu eenmaal géén (zesde) zintuig met een navigatie-functie zoals die vergelijkbaar bekend is, dan wel vermoedt wordt, bij vele dieren. Veel onderzoek is en wordt nog gedaan naar de kunst van het navigeren. Staaltjes van het gebruik van deze kunst uit het dierenrijk zijn alom bekend. Over de exacte werking weet men echter nog steeds relatief weinig (de postduif!).
Gesteld kan worden dat de navigerende mens, gebruikmakend van zijn verstandelijk vermogen, zijn zintuigen laat bijstaan door zowel natuurlijke als kunstmatige hulpmiddelen.
Gelukkig, en tegelijkertijd vreemd genoeg, bestaan er op sommige afgelegen eilandjes in de Stille Oceaan nog overblijfselen die getuigen van navigatiemethoden die uit het Stenen Tijdperk stammen. In het onderzoek naar 'navigatie van de mens' weet men bijvoorbeeld vrij nauwkeurig de methoden tot navigeren (over water) te beschrijven, van met name de Polynesiërs, die golden in een periode vanaf zo'n 4000 jaar vóór Christus tot 800 jaar ná Christus. De lokaties van zon, maan en sterren waren belangrijke 'natuurlijke hulpmiddelen'. Ook het waarnemen van vogels, wind- en golfpatronen leverde destijds de benodigde kennis m.b.t. de mogelijkheden tot navigeren (het zich verplaatsen van de ene bekende lokatie naar de andere).
Het magnetische kompas bracht een verandering teweeg in de overheersende afhankelijkheid van de hemelse hulpmiddelen. Een van de eerste referenties aan het navigeren met een kompas komt echter pas uit het jaar 1188. De Engelse monnik Alexander Neckam schreef toen "a needle placed upon a dart which sailors use to steer when the Bear is hidden by clouds". De relatie met de Poolster werd snel gelegd.
Het kwadrant, het astrolabium en voorlopers van de sextant (allen hoekmeetinstrumenten) werden ook rond deze tijd ontwikkeld, en met name de sextant werd in de eeuwen daarna steeds meer verfijnd. Uiteindelijk werd de sextant pas een 'nauwkeurig' instrument, aan boord van schepen, in 1761. In dat jaar werd 'de tijdmeting' pas mogelijk met een onnauwkeurigheid van gemiddeld één seconde per dag. De Engelse klokkenmaker John Harrison werkte 47 jaar aan 'zijn' chronometer en won daar op 68-jarige leeftijd het destijds 'astronomische' bedrag van 20.000 pond mee.
De astronomische observaties van de Griek Hipparchus (circa 190 - 125 vóór Christus) leverde al een voorstel op van de indeling van de aarde in lengte- en breedtegraden. De breedtegraad kon toen, op het land, waarschijnlijk al bepaald worden met een nauwkeurigheid van minder dan een halve graad (in het Noordelijk Halfrond gelijk aan de elevatiehoek van de Poolster). Het duurde echter tot het bovengenoemde jaar 1761 (ongeveer 20 eeuwen later) voordat men met dezelfde nauwkeurigheid de lengtegraad kon bepalen. De draaiing van de aarde met een snelheid van vijftien graden per uur vereist namelijk een nauwkeurige tijdmeting. Een tijdverschil van één minuut veroorzaakt een fout in lengtegraadbepaling van vijftien zeemijlen (1 zeemijl = 1852 m exact).
In de volgende twee eeuwen waren de nauwkeurige tijdmeters, gekoppeld aan de sextant, de enige betrouwbare middelen om de positie in onbekende wateren te verkrijgen.
Alhoewel de sextant ook heden ten dage nog gehanteerd wordt te land, ter zee en in de lucht bieden moderne elektronische of radionavigatietechnieken veel meer praktische en efficiënte methoden voor het verkrijgen van zowel lengte- als breedtegraad met een hoge nauwkeurigheid.
Gedurende de Tweede Wereldoorlog werden, op het aardoppervlak geplaatste, radionavigatiesystemen wijd verspreid gebruikt. In de daaropvolgende jaren werden diverse (ongeveer honderd verschillende) terrestrische (aardgebonden) radionavigatiesystemen in gebruik genomen. Het dekkingsgebied (bereik) van deze grondstations was variërend van wereldwijd tot de zeer plaatselijke precisie landingssystemen op vliegvelden. De belangrijkste systemen - Decca, Omega, Loran C/D, VOR/DME Tacan, ILS/MLS - zijn buitengewoon succesvol (geweest).
Maar ..., in de laatste decennia zijn de navigatiezenders verplaatst van het aardoppervlak naar de ruimte, met het NAVSTAR GPS (NAVigation by Satellite Timing And Ranging Global Positioning System) in een hoofdrol.
|